Tarieven beleggen wijzigen in 2014

Tarieven beleggen veranderen in 2014

Vanaf 1 januari gaat het provisieverbod in voor beleggingsondernemingen. Banken, vermogensbeheerders en brokers mogen geen vergoedingen meer ontvangen van aanbieders van beleggingsproducten wanneer zij deze producten opnemen in de portefeuille. Tot 1 januari 2014 ontvingen veel aanbieders gemiddeld tussen de 0,4% en 0,8% (afhankelijk van het type fonds) aan inkomsten door in bepaalde fondsen te beleggen. 

Doordat aanbieders per 2014 verdiensten mislopen uit beleggingsproducten zullen ze in veel gevallen de kosten rechtstreeks bij beleggers in rekening moeten brengen. Dit is ook een van de doelen die de AFM wenst te bereiken. Je hebt als consument dan meer inzicht in de kosten die je betaalt. In onze vergelijkingsmodule zijn per 24 december 2014 alle nieuwe tarieven, dienstverleningen en fondskosten verwerkt.  Zo kun je eenvoudig de totale kosten (TCO) voor jouw situatie berekenen. In het artikel gaan wie dieper in op de belangrijkste wijzigingen voor beleggers.

lopende kosten van beleggingsfondsen dalen


In de lopende kosten van beleggingsfondsen zat tot 1 januari 2014 in de meeste gevallen een distributievergoeding versleuteld. Deze vergoeding werd door een fondsaanbieder uitgekeerd aan de ‘distribuerende’ bank, broker of vermogensbeheerder. Gemiddeld lag de distributievergoeding zo tussen de 0,4% en 0,8% (afhankelijk van het type fonds). Door het provisieverbod mogen aanbieders van fondsen (o.a. banken, brokers en vermogensbeheerders) deze vergoeding niet meer ontvangen. Het gevolg hiervan is dat de lopende kosten (indirecte kosten) in beleggingsfondsen zullen dalen. Dit is een goede ontwikkeling:
  • Kostenreductie is belangrijk voor beleggers aangezien kosten een grote impact hebben op het uiteindelijke rendement.
  • Het kostenniveau van actieve - (beleggingsfondsen) en passieve producten (trackers) komt dichter bij elkaar. 
  • Meer transparantie in de kosten van beleggingsfondsen en beleggingsdienstverlening.
  • Door de verandering in kosten dienen aanbieders op andere manieren inkomsten te genereren. Dit vind in nagenoeg alle gevallen plaats via kosten voor een basisdienstverlening en/of verhoging van de beheer of advies tarieven.  

Nieuwe kosten zoals een servicefee en kosten voor de basisdienstverlening 


Om de dalende inkomsten vanuit beleggingsfondsen op te vangen introduceren aanbieders nieuwe verdienmodellen zoals een service fee of kosten voor de basisdienstverlening. Je bent waarschijnlijk al door je bank, broker of vermogensbeheerder geïnformeerd over de wijzigingen. De service fee of kosten voor een basisdienstverlening betaal je direct aan de aanbieder, hierdoor zullen de directe kosten voor je beleggersrekening en dienstverlening stijgen.  


Betaal je nu meer of minder?

Dalende kosten in fondsen en stijgende kosten voor een servicefee of basisdienstverlening. Voor jou als belegger gaat het gaat erom wat je uiteindelijk netto gaat betalen. Er zijn geen eenduidige conclusies te trekken of beleggen duurder of goedkoper wordt. Dit is afhankelijk van de situatie. Per aanbieder, per beleggingsdienstverlening en per specifieke situatie van de belegger kan dit verschillen. Gebruik de vergelijker om de kosten in de nieuwe situatie concreet te berekenen. (Kies je voor “zelf” beleggen dan kun je bij stap 2 met “maak je profiel” de kosten berekenen op basis van jouw persoonlijke transactieprofiel).

Let op! Door het provisieverbod hebben meerdere aanbieders de mogelijkheid aangegrepen om diverse tarieven en voorwaarden te wijzigen. Vergelijk daarom niet alléén je huidige aanbieder maar kijk ook of dit het juiste moment is om over te stappen naar een andere aanbieder.